Feministische Klassieken 2: Alexandra Kollontai

 Het projekt is uitgelegd hier

Voor socialisme en de bevrijding van vrouwen: Alexandra Kollontai (1872-1952)

Een nieuwe generatie van vrouwen wordt vandaag actief in de strijd tegen discriminatie en onderdrukking. Daarbij is het nuttig om terug te blikken op het leven en de opvattingen van de Russische revolutionaire Alexandra Kollontai, een pionier in de strijd voor socialisme en bevrijding van de vrouwen. Kollontai overleed in 1952.

Dossier door Christine Thomas uit 2003 en nu naar het Nederlands vertaald

Kollontai is wellicht de best gekende vrouw onder de Russische revolutionairen. Ze was de eerste vrouw die als vol lid van het centraal comité van de Bolsjewieken werd verkozen en ook de eerste vrouwelijke commissaris (minister) na de revolutie van oktober 1917.

Als revolutionair moest Kollontai niet alleen breken met de geprivilegieerde achtergrond van waar ze kwam, maar ook met de normen en verwachtingen die aan de rol van de vrouw werden verbonden. Ze zou zich nooit beperkten tot een rol van iemands vrouw of moeder. Ze schreef aan haar tweede echtgenoot, de Bolsjewistische marinier Dybenko, bij het beëindigen van hun relatie: “Ik ben niet de vrouw die jij nodig hebt, ik ben immers eerst een persoon en dan pas een vrouw… Dat is nu eenmaal zo voor mij.”

Kollontai nam deel aan politieke activiteiten, waaronder zowel de revoluties van 1905 als van 1917. Daarbij probeerde ze steeds om vrouwelijke arbeiders te betrekken in de strijd om de samenleving te veranderen. Ze had ook steeds aandacht voor de vraag hoe de revolutionaire partij en de nieuwe samenleving antwoorden konden bieden op de specifieke onderdrukking van vrouwen.

Haar opvattingen over persoonlijke relaties en seksualiteit waren erg controversieel. Jarenlang werd een verwrongen beeld gegeven van deze opvattingen. De thema’s die ze aanbracht in haar werk en haar politieke activiteit, blijven evenwel van belang.

wordt vervolgd hier

Een artikel in Le Monde Diplomatique van mei 1954

La femme dans la diplomatie

Alexandra Kollontaï, la première femme « ambassadeur »

Geplaatst in cultuur, Grote Post, Oostende | Tags: , | Een reactie plaatsen

Feministische Klassieken 1: Mary Wollstonecraft

Het projekt is uitgelegd hier

Uit Wikipedia NL

Mary Wollstonecraft (Hoxton (nu Londen), 27 april 1759Londen, 10 september 1797) was een Engels schrijfster en feministe.

Na een onbaatzuchtige jeugd vol zorg voor diverse zieke familieleden en de dood van een goede vriendin (Fanny Blood), schreef zij, om de ouders van de laatste te ondersteunen, een kort geschrift, Thoughts on the Education of Daughters (1785), dat haar tien pond opleverde. Dit bracht haar op de gedachte meer te gaan schrijven om daarmee in haar levensonderhoud te voorzien.

Ze werd gouvernante voor de dochters van de Ierse burggraaf Lord Kingsborough en schreef Mary, a Fiction, grotendeels gebaseerd op de herinneringen aan haar overleden vriendin. Terug in Londen nam ze het schrijven serieus ter hand, wat leidde tot de publicatie van een kinderboekje, Original Stories from Real Life. Voor haar uitgever deed ze ook vertaalwerk en maakte bewerkingen, stelde een bloemlezing samen, en schreef artikelen voor zijn tijdschrift ‘Analytical Review’. Het geld dat ze hiermee verdiende werd weer grotendeels besteed ter ondersteuning van haar vader, zusters en broers.

In 1789 werd ze gegrepen door de revolutionaire ontwikkelingen in Frankrijk en in 1792 vertrok ze naar Parijs om de Franse Revolutie van nabij mee te maken. Haar vertrek was wellicht tevens het gevolg van de vernedering die ze opliep toen de schilder Johann Heinrich Füssli haar voorstel om een driehoeksverhouding (hij was immers getrouwd) te beginnen afwees. In dat jaar schreef ze haar bekende feministische werk A Vindication of the Rights of Woman.

In Frankrijk ontmoette ze de Amerikaan Gilbert Imlay, van wie ze een dochter kreeg die ze Fanny noemde, naar haar vriendin. Na de pijnlijke breuk met Imlay probeerde ze zelfmoord te plegen. Dit mislukte en korte tijd later raakte ze bevriend met de radicale filosoof William Godwin, die romantiek en huwelijk afwees. Niettemin trouwde deze verklaarde tegenstander van het huwelijk in 1797 met de feministe. Ze benadrukten echter dat hun huwelijk geen concessie aan de heersende moraal was, maar dat ze volkomen gelijkwaardige partners waren.

Mary Wollstonecraft stierf op 10 september 1797, 11 dagen na de geboorte van haar dochter Mary, de auteur van de klassiek geworden roman Frankenstein en de latere vrouw van de dichter Shelley.

Geplaatst in cultuur, Oostende | Tags: , | Een reactie plaatsen

Feministische Klassieken. Amarant ook in de Grote Post

Vrouwen over vrouwen (ook voor mannen!)

Aan de hand van de theorieën van zes (politieke) filosofes brengen we een schets van het denken over de positie van vrouwen vanaf de Franse Revolutie tot heden. Hierbij hanteren we een thematische benadering: bij elke filosofe kijken we naar haar visie op de klassieke feministische thema’s zoals moederschap, seksualiteit, arbeid en arbeidsverdeling, de publieke en de privésfeer, autonomie en emancipatie, de weg naar verandering. We situeren deze vrouwen en hun geschriften ten opzichte van hun tijdgenoten en ten opzichte van de grote maatschappelijke (r)evoluties en filosofische strekkingen van hun tijd, en vragen ons af wat er van deze feministische canon overblijft in de vrouwenbeweging van vandaag.

Docent: Magda Michielsens

Vandaag hadden we de twee laatste lezingen en ik zal jullie een aantal videos of teksten over de bekeken onderwerpen voorstellen. (Mary Wollstonecraft, Alexandra Koliontaj, Emmeline Pankhurst, Simone de Beauvoir, Luce Irigaray, Ayaan Hirsi Ali)

Amarant biedt vorming aan over de geschiedenis en de actuele ontwikkelingen van beeldende kunst, muziek en filosofie. Alles over Amarant hier.

Geplaatst in Grote Post | Tags: | 6 reacties

REGINALD MOREELS, OORLOGSCHIRURG

Bron
‘Een kind van 16, kogel door de kop. En dat jonge hart dat maar blijft kloppen’

Reginald Moreels is net terug van een missie als oorlogschirurg in Mosul. De gruwel is met geen woorden te beschrijven. En toch praat hij. Al was het om de intolerantie aan het thuisfront te bezweren. ‘Haat ontmenselijkt. Het is een existentieel gevaar voor onze samenleving.’
Hij is kapot, zegt hij.
We zitten in een Oostendse brasserie, waar garnaalkroketten, ijscoupes en Leffes worden aangerukt. Een cadans van lichtvoetigheid, die rauw afsteekt bij wat er zich afspeelt op het netvlies van de man die tegenover me zit. Anderhalve dag geleden zat Reginald Moreels nog aan het front in het Iraakse Mosul. Het is onwezenlijk, voor mij, al helemaal voor hem.
Hij zit wat in elkaar gedoken op de bank, het hoofd diep tussen de schouders. Zijn donkerblauwe regenjas zal hij twee uur lang aanhouden. De cola op tafel blijft nagenoeg onaangeroerd. Hij overschouwt de zaak, de blik gericht op een punt ergens in de verte. Wanneer plots glas rinkelt en een man flauwvalt bij een tafeltje wat verderop, veert hij recht. ‘Het is niets’, zegt hij dan. ‘Niet ernstig.’
‘Die lege blik van die kinderen. Alsof hun bewustzijn gestopt is toen ze de boel zagen ontploffen. Dat zijn taferelen waarvan ik… Als je daar niet gevoelig voor bent, moet je niet meer vertrekken’
Hij verkiest de stilte, maar hij wil ook praten, getuigen over wat hij heeft gezien. Na een bewogen leven als chirurg, medeoprichter van Artsen Zonder Grenzen België en minister van Ontwikkelingssamenwerking koos Reginald Moreels (67) als epiloog opnieuw voor de hardst mogelijke opdracht: humanitair chirurg in conflictgebieden. Hij is net terug van een missie van zeven weken in het door IS bezette Mosul. In juli vertrekt hij voor een zending naar Jemen.
Af en toe vallen de woorden weg. Dan ziet hij de beelden van de onpeilbare gruwel. ‘Een vader komt binnen in onze compound. Zijn huis is ontploft bij een zelfmoordaanslag. Zijn vrouw en twee dochters liggen begraven onder het puin. De man, onder het bloed, duwt zijn zoon in onze handen. “Please save my son.” Zo gaat het de hele tijd door. Mensen van wie bijna de hele familie is uitgemoord. Kinderen!’
Je krijgt die beelden niet uit je hoofd, zegt hij. ‘Een kind van 16, gevonden op straat. Een kogel door de kop. Maar het hart klopt nog. Wat doe je? Je zit daar met dat kind in een tent. Machteloos. De verpleegster kon het niet meer aanzien. Ik liet haar naar buiten gaan om te wenen. Zelf ben ik gebleven. Stil. Bijna biddend. Een jong leven dat gaat. Het enige wat je kunt doen, is het einde bespoedigen. Dat jonge hart, dat blijft maar kloppen.’
‘Net als de nieuwe Franse president vind ik dat we ons minder moeten bemoeien met conflicten in andere culturen’
Mosul is de zwaarste zending die hij ooit heeft gedaan, zegt Moreels. ‘Dat weegt zwaarder dan hier tien jaar opereren in een ziekenhuis. Mentaal, fysiek, technisch. We werken in Hamam al-Alil, een dorp in het zuidwesten van Mosul. In 2014 riep IS in Mosul het kalifaat uit. Sinds februari slaagt de coalitie tegen IS erin delen van de stad te heroveren. Ze rukken snel op. Het oosten is al bevrijd, de strijd gaat nu om het deel ten westen van de Tigris. De oude stad met nauwe steegjes, waar gevochten wordt van deur tot deur.’
‘Wat opvalt, is hoe zwaar de mensen toegetakeld zijn. Ze hebben verschillende verwondingen tegelijk: de organen zijn kapot door granaatscherven. Ze hebben breuken en andere trauma’s door huizen die instorten. Kogelwonden van scherpschutters. Vaak hebben ze ook nog op een granaat of een landmijn getrapt. Zo erg heb ik het nog nooit gezien. In Nigeria waren het vooral messteken, in Rwanda verwondingen door machetes.’
Hebben burgeroorlogen the next level bereikt?
‘Toch wel, ja. Ze strijden met hypermoderne wapens. Enorme arsenalen aan granaten, geweren, landmijnen, drones. Wanneer mensen binnenkomen, triëren wij meteen. Groen: die kunnen nog spreken. Die worden meestal doorgestuurd naar een centrum verderop. Geel: urgent maar niet levensbedreigend. Die worden gestabiliseerd en kunnen een paar uur wachten. Ik krijg als chirurg vooral de donkerrode op tafel. Je moet alles op alles zetten om hen erdoor te sleuren.’
‘Ik weet niet of ik mijn oude dag hier wil doorbrengen, tussen al dat gezaag’
‘Zo werken we uren aan een stuk door. Af en toe een pauze voor een stuk fruit, een kop koffie of een sigaret. Er waren dagen waarop we de klok rond werkten. In het begin waren het vooral militairen die binnenkwamen, maar sinds maart bestaat zeker de helft uit vrouwen en kinderen. Ik heb daar zoveel kinderen zien ronddolen. Ondervoed, met kwetsuren. Holocaustkinderen noem ik ze. Ze hebben geen ouders meer, blijven rondhangen op straat en krijgen hier en daar een hap te eten.’
‘Weet u wat bijblijft? Die starre, lege blik van die kinderen. Alsof hun bewustzijn gestopt is op het moment dat ze de boel zagen ontploffen. Dat zijn taferelen waarvan ik…. Als je daar niet gevoelig voor bent, moet je niet meer vertrekken.’

‘Ik ben geen zuivere altruïst. Ik héb hier iets aan.’ Jimmy Kets
Went het ooit?
‘Nee. Als ik opereer, ben ik ontzettend geconcentreerd. Maar ik zie toch altijd de context. Je vraagt waar ze wonen, waar hun familie is. Als hun huis vernietigd is, stuur je hen door naar een van de vluchtelingenkampen. Het zijn geen nummers die je onder je handen hebt, maar mensen. Ze zijn van andere mensen afhankelijk om te overleven. Hun familie zit vaak nog binnen in IS-gebied. Dat zijn drama’s. Je kunt je voor dat leed immuniseren als oorlogschirurg, maar dan word je cynisch. Je moet die miserie in je opnemen, en je eigen veerkracht ontwikkelen, zodat je er zelf niet aan ten onder gaat.’
We zijn altijd een migratieregio geweest.
“Vlaanderen, zend uw zonen uit!” Maar dat denken is verstard. Drie vluchtelingen per duizend inwoners. Dat is niets!’
Ooit zat hij in een diepe crisis – zijn woestijntocht, zoals hij het zelf noemt. De posttraumatische stress van het werken in oorlogsgebieden, de ontgoocheling nadat hij werd afgeserveerd in de politiek, het ontaardde rond de eeuwwisseling in een burn-out en anorexia. ‘Maar ik ben daar sterker uit gekomen. Ik heb me eigenhandig uit die crisis getrokken, met de steun van mijn vrouw en enkele goede vrienden. Ik kan die extreme condities beter aan nu. Al heeft deze zending naar Mosul me wel een nieuwe klap gegeven.’
U komt daar niet ongeschonden van terug?
‘Natuurlijk niet. Als dat zo zou zijn, ben je ontmenselijkt.’ Hij kijkt rond. ‘Hoe surreëel is dit. Ik zit hier nu in een brasserie, te kijken naar mensen die hun pint drinken op het terras.’
Is dat van een ondraaglijke lichtheid voor u? De mensen hier beseffen amper wat daar gaande is.
Hij slikt. Zwijgt lang. ‘Ik neem hen dat niet kwalijk.’
Hoe gaat u er zelf mee om?
‘Mijn verweermiddel is vooral stilte. Die behoedt me ervoor om te veel rond te kijken op dit moment. Dat voorkomt het risico op een weerbots. Praten met mijn geliefden ook. Of gewoon samen zijn. En schrijven. Ik werk aan een essay over de vraag of de mens in wezen slecht of goed is. Dat helpt om tot rust te komen.’
Wat drijft u om telkens weer naar die hel af te zakken? U bent 67, u zou rustig kunnen gaan wandelen op de dijk.
‘Het is sterker dan mezelf. Een roep. Ik ben het soort mens dat niet kan profiteren van het leven. Waarom zou ik stoppen? Ik ben gezond, ik wens me tot mijn laatste adem zo nuttig mogelijk te maken. Maar het is geen zelfkastijding. Ik ben geen zuivere altruïst. Ik héb hier iets aan. De solidariteit, de dankbaarheid. Mijn levensfilosofie is die van het personalisme: je wordt jezelf in relatie tot de ander. Die zendingen maken mij meer mens. Al moet je daarvoor niet naar het buitenland natuurlijk.’
Is het ook het extreme dat trekt?
‘Ja, ik moet daar eerlijk in zijn. Al zoek ik minder het gevaar op dan vroeger. Artsen Zonder Grenzen hanteert strenge veiligheidsvoorschriften. Wij zijn geen cowboys. Dat is ook de reden waarom mijn vrouw me laat vertrekken. We gaan dicht bij het front, maar we zitten er niet middenin. Als je permanent in een schuilkelder zit, kun je niet werken. Maar het is niet zonder gevaar. In Syrië verbleef ik in het huis waar vijf van onze medewerkers gegijzeld zijn. Ik had een van hen kunnen zijn.’
U hebt nooit binnen de lijntjes gekleurd, ook niet als politicus. Is een fin de carrière als oorlogschirurg weer die rebel in u die speelt?
(glimlacht) ‘Misschien. Ik wil dingen doen die anderen niet doen. Dat is nog die geest van mei ’68 die erin zit. Niet toevallig is 68 het cijfer in mijn e-mailadres. Alle macht aan de verbeelding. Ik vind dat we terug moeten naar het anarchistische denken. De regels in vraag stellen. We leven in een dictatuur van de regels. Ik erger me daaraan, met de jaren meer. Alles is zwart of wit. Dat dogmatisch denken maakt ons ongenuanceerd. Dan word je per definitie intolerant.’
‘Maar er is ook een pragmatische reden waarom ik blijf gaan. Wij zijn de laatste generatie chirurgen die de oorlogschirurgie nog beheersen. Mijn oudste dochter is ook chirurg. Die jonge artsen zijn supergespecialiseerd, ze hebben niet meer alles in de vingers. Ik heb alles geopereerd wat te opereren valt aan een lichaam. Nu beschouw ik het als mijn plicht die kennis door te geven.’
Hij lenigt een nood. Maar hij is ook een van de weinigen die uit eerste hand getuigenissen hoort over het leven onder IS. ‘De verhalen zijn weerzinwekkend. De mensen die ontsnappen uit West-Mosul zeggen dat ze afzien. Ze worden uitgehongerd. Drinkbaar water is schaars. Ze zitten gevangen, afgesloten van elke vorm van communicatie. Vroeger was Mosul een welvarende handelsstad, de tweede na Bagdad. De mensen waren opgeleid, ze hadden goede ziekenhuizen. Daar blijft niets van over. Ze leven onder strenge theocratische regels, elke wetenschappelijke vooruitgang wordt gefnuikt. Je wordt voortdurend in de gaten gehouden. Het is de hel. Maar de verlossing blijkt een nog grotere hel te zijn. Bombardementen, hele groepen dood of op de vlucht.’
Waar eindigt dit? Ziet u een oplossing?
‘Als je naar de geschiedenis kijkt, besef je wat voor kluwen het is. Het streven naar een kalifaat gaat terug tot de Moslimbroeders die in Egypte opstonden na de val van het Ottomaanse rijk en de willekeurige opdeling van het Midden-Oosten tussen Fransen en Britten na de Eerste Wereldoorlog. Daar liggen de wortels van het huidige terrorisme. Los daarvan moet je weten dat de bevolking van Mosul niet homogeen is: soennieten, sjiieten, Koerden, Turkmenen, Jezidi’s. Allemaal met hun eigen belangen. Nu vechten ze samen tegen IS, maar de echte strijd om de macht komt daarna, wanneer IS verslagen is. Dat wordt nog hard en complex. Op de terugweg naar de luchthaven passeerde ik enkele dagen geleden een christelijk dorp dat volledig was uitgebrand. Minderheden worden er amper gerespecteerd.’
Ondertussen groeien honderdduizenden kinderen op met oorlogstrauma’s. Ze krijgen amper onderwijs. Welke stempel zal dat drukken?
‘Dat wordt een bom onder die samenleving. Als een oude bok als ik al zo diep geraakt is, wat moet dat zijn voor een kind dat zijn huis op zijn hoofd kreeg en zijn moeder zag sterven? Je komt daar niet ongedeerd uit. We zijn ons te weinig bewust van die psychologische schade. Ze hebben de haat gezien tussen mensen van hun eigen origine. Dat soort burgeroorlogen zijn altijd de wreedste: er zijn geen regels meer. Het ene moment hebben ze nog een normaal leven. En dan plots die wreedheden. Door de weerzin die naar boven komt, worden gewone mensen potentiële moordenaars. Dat verontrust mij het meest: hoe een vredevol burger zo snel kan vervellen tot een moordmachine.’
België maakt deel uit van de internationale coalitie tegen IS. Iets wat u ten stelligste afkeurt.
‘Als humanitair werker die de gevolgen van de bombardementen op het terrein opkuist, kun je niet verwachten dat ik geweld verdedig.’
Als we niet mogen bombarderen, wat moeten we dan doen? Toekijken?
‘Net als de nieuwe Franse president Emmanuel Macron vind ik dat we ons minder moeten bemoeien met conflicten in andere culturen. We moeten alleen tussenbeide komen bij genocide of massale schendingen van de mensenrechten.’
Is dat laatste niet precies wat in Syrië en Irak gebeurt?
‘Nee. In elke oorlog worden mensenrechten geschonden. Ondanks de vele doden kun je hier niet spreken over een systematische afslachting van een bepaalde groep. De strijd concentreert zich in een aantal steden. Wat wij moeten doen, is massaal inzetten op diplomatie. Het gesprek pushen, door koppen bij elkaar te zetten. Door druk uit te oefenen op Poetin en Assad. Daar ontlopen we onze historische verantwoordelijkheid.’
Er is ook die andere plicht die we niet nakomen, tegenover de vluchtelingen. ‘Ik ben beschaamd om Europeaan te zijn’, schreef u eerder.
‘Daar blijf ik bij. We zijn altijd een migratieregio geweest. “Vlaanderen, zend uw zonen uit!” Maar dat denken is verstard. Drie vluchtelingen per duizend inwoners. Dat is niets! Ziet u de straten vollopen met vluchtelingen? En hoe behandelen we hen die hier wel zijn? Als je een vreemde smoel hebt, word je benaderd door de politie. Het beloofde land is een illusie. Als je wilt werken, moet je zowat de illegaliteit in. Dat is die vernedering, die op den duur leidt tot haat. Wat had je gedacht?’
Ziet u nog ergens in Europa een ruimhartig asielbeleid? Zelfs Merkel komt op haar stappen terug.
‘Dat doet ze niet echt. Ondanks haar verkiezingsnederlaag veranderde ze niet van koers. Ze was bereid die prijs te betalen. Dat zou ik hier nog weleens willen zien. Ik verwacht ook veel van Macron. Het migratievraagstuk is een van zijn prioriteiten.’
Verandert er iets in Europa met de komst van Macron?
‘Ik hoop dat Europa onder invloed van Merkel en Macron eindelijk werk gaat maken van een degelijk asielbeleid. Wat kan werken is het volgende: quota opstellen en die effectief naleven. Grote agentschappen opzetten in transitlanden als Turkije en Libië, waar Europese ambtenaren aanvragen verwerken. Het humanitair recht verplicht ons die oorlogsvluchtelingen op te nemen. Tijdelijk hé, dat moet geen definitief asiel zijn. Ik kan de Vlamingen daarover geruststellen: de meeste mensen die ik in Mosul heb gezien, willen vooral daar in de buurt blijven. Ze willen zich hier niet massaal settelen. En voor wie hier wel iets uitbouwt: daar is niets mis mee. Bon, voor hen die groen licht krijgen, organiseer je behoorlijk transport. En tot slot richt je een taskforce op die ervoor zorgt dat niemand nog verdrinkt in de Middellandse Zee.’
Wat deed het u om Theo Francken te horen zeggen dat AZG onder één hoedje speelt met mensensmokkelaars door drenkelingen op te vissen?
‘Ik word daar lastig van. Het verbaast me dat te horen van iemand die men prijst om zijn grote dossierkennis. Het is een van de meest ongelukkige uitspraken die een politicus in die functie kan doen. Cafépraat, tot daar. Maar als híj zoiets zegt, is dat niet onschuldig.’
Hij is de populairste politicus van het land. Hij vertolkt het buikgevoel van veel Vlamingen.
‘U vroeg waarom ik zo graag vertrek. Hier is een deel van het antwoord. Ik vind het onaangenaam in zo’n verzuurde maatschappij te leven. Altijd weer die middelvinger. Dat geklaag. Ik kan daar niet meer tegen. Mijn kleinkinderen weten dat ook, dat ze daar bij pappie niet mee moeten afkomen. De mensen zijn hyperverwend, en nog doen ze moeilijk over alles. Ik weet dat sommigen me dit kwalijk zullen nemen, maar ik weet niet of ik hier mijn oude dag wil doorbrengen, tussen al dat gezaag.’
Vindt u dat politici te weinig tegen die grondstroom ingaan?
‘Ik zie geen verlichte beleidsmensen meer zoals Spaak, Martens, Dehaene of Van Rompuy. De huidige generatie is te veel gericht op electoraal gewin. Natuurlijk is elke politicus daarmee bezig, dat is geen schande. Maar af en toe moet je de tegenstroom op gang kunnen brengen. Zoals Macron. Ik vroeg me zondagavond af wie dat hier zou kunnen, uit het niets, tegen de particratie in. Was het twintig jaar eerder geweest, ik zou er zelf over nagedacht hebben.’
Meent u dat?
‘Waarom niet? Ik weet ook: je moet er een ego voor hebben, een zekere hovaardigheid, ambitie, een zak geld. Maar die man is vooral briljant. Hij heeft nagedacht over het leven, hij heeft zinvolle ideeën. Je moet het maar klaarspelen, op die korte tijd in zo een verzuurd land. Niet toevallig staat fraternité, broederlijkheid, bij hem voorop. Dit zal verder uitdijen. Over twintig, dertig jaar is het met de traditionele partijen gedaan. Alleen moeten de burgerbewegingen coalities smeden om een grote stroming te worden. Ik heb het hier ook over in mijn essay. Ik geloof in de mogelijkheden van de ethocratie, waar de ethiek centraal staat. Waar alle wetten en normen refereren aan de waarden van de verantwoordelijke vrijheid, non-discriminatie en het respect voor wie anders is en denkt. Die omwenteling is niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk. Onze maatschappij zit ethisch in verval. Onze beschaving gaat eraan kapot.’
Hoe bedoelt u dat?
‘Europa is een luxueus laboratorium van vrede. Een monetair al bij al performante eenheid met de euro. Economisch hebben we alles om een zwaargewicht te zijn, maar qua gastvrijheid en ethische waarden zijn we een niemandsland. Het is hier goed om te leven, minder goed om samen te leven. In een echte democratie gaat vrijheid samen met verantwoordelijkheid. Is er een evenwicht tussen rechten en plichten. Dat stadium hebben we nog niet bereikt. We vinden dat we recht hebben op van alles, maar duwen de plichten liever weg.’
Hij glimlacht. ‘Ik wil niet de moraalridder uithangen. Maar ethiek is wel het belangrijkste woord in mijn leven geworden. Moraal die zich bevrijd heeft van het moralisme. De eeuwige zoektocht naar zingeving, zoals geloof voor mij de eeuwige twijfel is. Ik ben nu op een leeftijd waarop ik me afvraag: is de mens slecht of goed?’
Hebt u al een antwoord op die vraag?
‘Als je net terug bent uit Mosul, is het antwoord eenvoudig. Dan ben je ervan overtuigd dat de mens wezenlijk slecht is. En toch geloof ik dat niet. Omdat ik ook gezien heb hoe solidariteit tegengif biedt aan zoveel ellende. De mens kan met zijn ratio intentioneel goed of slecht doen. Wat mij het meest aangrijpt, is hoe snel we in een context van geweld overspringen van de ene natuur op de andere. Haat ontmenselijkt. Het is een existentieel gevaar voor onze samenleving.’
Wat neemt u daarvan mee voor uzelf?
‘Dat ik daartegen moet vechten. Ik probeer niet de weg van de haat op te gaan wanneer iemand mij vernedert of kwetst. Het is niet eenvoudig, maar iedereen zou moeten proberen die oefening te maken. Er zijn genoeg mensen die die veerkracht in zich hebben. Het probleem is dat mensen lui zijn, ook intellectueel en spiritueel. In je eigen gelijk blijven hangen, is veel makkelijker.’

Geplaatst in Non classé | Tags: | Een reactie plaatsen

De afgezaagde hand

Het is al 8 jaar oud

Geplaatst in Non classé | Een reactie plaatsen

Werken met nieuwkomers | Ondernemen in Antwerpen

 

Knelpuntvacatures?
Werf erkende vluchtelingen met de juiste competenties aan.

Onze arbeidsmarkt kampt met knelpuntvacatures – uw bedrijf misschien ook. We ondernemen al heel wat acties om daar iets aan te doen: VDAB-opleidingen, acties in specifieke sectoren via Talentenwerf, Talentenfabriek, Talentenstroom en Zorgtalent. Die lijst werd zopas nog wat langer. Want we voegden er een verkort traject naar tewerkstelling voor erkende vluchtelingen aan toe.

Het idee is simpel: elke dag komen nieuwkomers onze stad in. Vaak hebben zij vaardigheden of diploma’s uit hun thuisland. En geregeld zijn ze bedreven in jobs die u maar niet ingevuld krijgt. De win-win ligt voor de hand.

Erkende vluchtelingen tewerkstellen lijkt misschien niet de meest evidente stap. Maar het is vermoedelijk ook niet zo lastig als u het zich voorstelt. Op deze webpagina leggen we uit hoe de verkorte procedure voor erkende vluchtelingen in elkaar zit, en krijgt u antwoord op al uw vragen.

lees meer hier

Geplaatst in solidariteit | Een reactie plaatsen

Gemeentes en OCMW’s proberen daklozen te weren – Apache

 

Een dakloze die moet bewijzen dat de brug waaronder hij slaapt al enkele maanden zijn thuis is, of een sociaal assistent die ’s nachts in het park een aanwezigheidslijst invult. Het zijn geen fictieve voorbeelden. Daklozen moeten een postadres hebben om bepaalde zaken te kunnen regelen, maar hebben het erg moeilijk om zo’n adres te bekomen. Manuel Chiguero, spreekbuis voor daklozen, spreekt van een besparingsmaatregel, “want wie een postadres krijgt, heeft misschien ook recht op een leefloon.”

Daklozen hebben een referentieadres nodig om post te ontvangen, een nieuwe identiteitskaart aan te vragen, een uitkering te ontvangen of te stemmen. Wie geen woonplaats heeft, kan een postadres opgeven bij vrienden of familie, maar daklozen hebben vaak juist een erg beperkte sociale kring. Bovendien hebben vrienden en familieleden angst voor problemen met bijvoorbeeld schuldeisers, ook al kan een deurwaarder niet aankloppen bij zo’n referentieadres. Daarom zijn daklozen vaak aangewezen op het OCMW.

Extra voorwaarden

OCMW’s maken het voor daklozen vaak extra moeilijk. Dat blijkt uit een recent rapport van Netwerk Tegen Armoede. De meest recente gegevens dateren van 2010. Toen kende 75% van de kleine OCMW’s, 65% van de middelgrote en de helft van de grote OCMW’s zelden tot nooit referentieadressen toe.

“Een aantal OCMW’s legt extra voorwaarden op die niet in de regelgeving staan”, weet Arne Proesmans van Netwerk Tegen Armoede. “Wij zien ook dat sommige OCMW’s en gemeenten strikter zijn dan wat de regelgeving voorschrijft. Zo zijn er vaak onnodige discussies over of de dakloze al dan niet op het grondgebied verblijft, of over een te hoog inkomen. We zien zeer grote verschillen tussen gemeenten en OCMW’s, maar naar de redenen daarvoor hebben we meestal het raden.”

Zeker is dat de regelgeving voor veel discussie zorgt. Soms is ze ook gewoon slecht gekend, zoals in kleinere gemeenten, die er maar een paar keer per jaar mee te maken hebben.

Foto: Flickr / (c) FaceMePLS

(Foto: Flickr CC © FaceMePLS)

Politieke keuze

Daarnaast zijn er ook OCMW’s en gemeenten die de wet bewust negeren en geen referentieadressen toekennen. Of ze dat doen vanuit politieke motieven weet de armoedeorganisatie niet. “Maar het politieke discours tegenover daklozen bij sommige lokale besturen, gecombineerd met het beperkte cijfermateriaal waaruit blijkt dat sommige OCMW’s zelden of nooit een referentieadres toekennen, doet toch vermoeden dat er in een aantal gemeenten meer aan de hand is”, staat te lezen in het rapport.

Over welke gemeenten en OCMW’s het gaat, wil de organisatie niet kwijt. Apache ging op zoek naar recente cijfers van het aantal referentieadressen voor daklozen per gemeente, maar konden die niet verkrijgen via armoedeorganisaties of de overheid. De Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) heeft geen weet van Vlaamse gemeenten die referentieadressen bewust niet toekennen. Nochtans spreekt het rapport van Netwerk Tegen Armoede over situaties in zowel Vlaanderen als Wallonië.

“In een aantal concrete gevallen hebben we de indruk dat binnen het OCMW of de gemeente van bovenaf richtlijnen zijn meegegeven om de regelgeving veel strikter dan wettelijk mag of zelfs helemaal niet toe te passen. Maar echt hard kunnen we dat niet maken, want we baseren ons op getuigenissen van daklozen en hulpverleners”, wil Proesmans nog kwijt.

Leefloon

OCMW’s zijn bang voor een aanzuigeffect. Als een dakloze een referentieadres ‘krijgt’, zou hij ook weleens met andere kwesties bij hen kunnen afkomen. Maar dat is volgens Nathalie Debast van de VVSG net de bedoeling. Een referentieadres geven aan een dakloze geeft meteen de mogelijkheid om het vertrouwen te winnen en een hulptraject op te starten.

Manuel Chiguero: “Dat OCMW’s moeilijk doen om referentieadressen toe te kennen is een besparingsmethode van de overheid. Wie een referentieadres krijgt bij een OCMW heeft misschien ook recht op een leefloon”

Manuel Chiguero, een ex-dakloze die zich nu inzet voor de belangen van daklozen, formuleert het scherper. “Dat OCMW’s moeilijk doen om referentieadressen toe te kennen is een besparingsmethode van de overheid. Wie een referentieadres krijgt bij een OCMW heeft misschien ook recht op een leefloon.” Leeflonen worden voor 55% tot 70% federaal terugbetaald. OCMW’s nemen dus zelf ook een deel van de kosten voor hun rekening.

Aangetekende zending

Het rapport van Netwerk Tegen Armoede haalt bizarre voorbeelden aan. Zo geloofde een OCMW niet dat een man van 25 dakloos was omdat hij er te netjes uitzag. Nochtans sliep hij al enkele weken in het park van de gemeente. In de buurgemeente, waar hij vandaan kwam, wilden ze hem niet helpen omdat hij daar niet verbleef. Een ander OCMW wilde een dakloze pas een referentieadres geven als hij kon aantonen al zes maanden op het grondgebied van de gemeente te verblijven. “Hoe doe je dat, aantonen dat je onder een brug slaapt?”, vraagt Chiguero zich af.

Soms gaat het nog een stap verder. Een OCMW gaf een sociaal assistent de opdracht om ’s nachts op plekken zoals het park en het station te zoeken naar daklozen. Wie in een maand tijd bij twee opeenvolgende controles niet werd gevonden, raakte zijn referentieadres kwijt. Bovendien sturen sommige OCMW’s de beslissing of een dakloze al dan niet een referentieadres krijgt, aangetekend op. Hoe je een aangetekende zending ontvangt zonder een adres te hebben, is maar de vraag.

Lees meer: https://www.apache.be/2017/04/03/gemeentes-en-ocmws-proberen-daklozen-te-weren/ © Apache

Geplaatst in gemeenschap | Tags: | Een reactie plaatsen

Zeeenzucht – samen cultuur ondernemen

Wat is zeeenzucht?

zeeenzucht is het netwerk rond Cultuurcentrum De Grote Post van maatschappelijk verantwoorde ondernemers die cultuurbeleving een warm hart toedragen. Door hun engagement verhoogt zowel het aanbod als de kwaliteit van de voorstellingen en de werking binnen De Grote Post en dragen ze bij tot de groei van algemene cultuurinitiatieven.

Het textielkunstwerk van Mia Nollet in de grote zaal van De Grote Post symboliseert dit netwerk en maakt de band tussen de deelnemende ondernemers tastbaar. Hun inzet en motivatie vormen samen zeeenzucht.

Laat u inspireren door creativiteit en neem deel aan zeeenzucht. Laten we samen cultuur ondernemen.

Kent u iemand die misschien ook geïnteresseerd is in zeeenzucht?

Laat het ons weten

Nota : Voor 521,51€ met btw is er, voor één jaar, een zetel met uw naam geborduurd; artikel hier 

Geplaatst in Non classé | Een reactie plaatsen

The New Rules of the Syrian Conflict

Nota: de artiest woont nu in Oostende

The project is about simplifying the meaning of the conflict in Syria and drawing small icons to refer to some issues in the daily life of Syrian families and Syrian people.
The purpose of choosing those simple elements (electricity source, light, food, movement, transportation and so on) was to draw attention to the fact that war has changed everything in our routines and daily lives and has made it harder in all those aspects

Work as part of Urbegony – Architects Without Borders.Syria group

Click on image to view full project


Families are smaller, some of their members don’t live anymore. There is no family that doesn’t feel the bitterness of losing one of their members because a bomb of a shutting or mabye drawning in the sea trying to escape the war

Geplaatst in Kunst | Een reactie plaatsen

Herinneringen van een oorlogskind

Filmvoorstelling “Herinneringen van een oorlogskind 1939-1945” een documentaire over en van Alfons Vandenbussche
Donderdag 27 april 2017 om 20 uur in het Stadsmuseum Oostende, Langestraat 69
Een organisatie van Heemkring “De Plate”
De maker wordt vooraf geinterviewd door mevrouw Babette Weyns, master literatuur en geschiedenis (UGENT) gespecialiseerd in de Tweede Wereldoorlog in België en medewerkster bij prof. Bruno Dewever. Na de filmvoorstelling is er nog kans voor vraagstelling die zij ook zal modereren.

Deze film ging in première in Gistel in mei 2016 en kende een groot succes. Daarna kwam hij naar Oostende in Vrijstaat-O voor een bomvolle zaal. Ook in Koekelare waar de maker anderhalf jaar gewoond heeft na de oorlog werd de documentaire onder grote belangstelling in CC De Balluchon in september 2016 vertoond .

L’image contient peut-être : 1 personne, gros plan et texte
Geplaatst in cultuur | Een reactie plaatsen